Wilhelminakade 1946

De laatste manschappen van het derde bataljon Stoottroepen komen aan op de Wilhelminakade om met de tss Volendam van de Holland Amerikalijn naar Indonesië te vertrekken.wilhelminakade 1945

Kort na de Japanse capitulatie in augustus 1945 braken vijandelijkheden uit tussen Indonesische nationalisten en de troepen uit het Britse Gemenebest die strategische posities in de archipel hadden ingenomen. In oktober 1945 ontbrandde de strijd om Soerabaja, een stad die de nationalisten na bloedige gevechten moesten prijsgeven. Let wel: hierbij waren dus nog geen Nederlandse troepen betrokken. Pas in maart 1946 werden Nederlandse troepen in Indonesië toegelaten om de Britse posities over te nemen.

Afgezien van de politionele acties (kortdurende Nederlandse offensieven) had de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog meestentijds het karakter van een guerrilla van de Indonesische nationalisten tegen de Nederlandse troepen. De vijandelijkheden duurden tot het staakt-het-vuren in augustus 1949. Op sommige plaatsen duurden de vijandelijkheden echter voort, waardoor ook Nederlandse militairen sneuvelden na augustus 1949.

Na 1949 flakkerde de strijd (afgezien van de coup van ex-kapitein Westerling in 1950) nog eenmaal op. Dat was tijdens de vijandelijkheden die voorafgingen aan de overdracht van Nederlands-Nieuw-Guinea in 1962.

De Nederlandse regering erkende de Republiek Indonesië niet als onafhankelijke staat, maar beschouwde haar als een opstandige beweging binnen de kolonie Nederlands-Indië. Hierbij dient te worden aangetekend dat, in het hierna te bespreken akkoord van Linggadjati, de Republiek de soevereiniteit van Nederland gedurende een overgangsperiode had erkend. Nederland had in datzelfde akkoord de Republiek wel de facto erkend. Tevens dreigde er hongersnood in de door Nederland bezette gebieden, als gevolg van een blokkade van de opstandelingen. Nederland achtte zich verantwoordelijk voor het welzijn van de bevolking, dus ook van Indonesiërs, Chinezen en Arabieren in deze gebieden. Daarom bezigde men de term ‘politionele actie’. ‘Politioneel’ was sinds de negentiende eeuw een gebruikelijke term voor militair optreden dat tot doel had de regelmatig voorkomende opstanden in de kolonie neer te slaan.

Het gebruik van de kwalificatie ‘politioneel’ kan ook worden gezien als een manier om te verbloemen (‘framing’) dat het hier om een vrijheidsoorlog ging en zo kritiek op het militaire optreden te pareren. Tijdens beide politionele acties telde de Nederlandse troepenmacht in Indonesië, met inbegrip van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), meer dan 100.000 man. Het grootste deel hiervan werd bij de acties ingezet. Deze omvang maakte duidelijk dat van een beperkte ‘politieactie’, zoals de Nederlandse regering het probeerde voor te stellen, geen sprake was. In meer recente literatuur wordt om deze reden ook wel gesproken van de Nederlands-Indonesische Oorlogen, zoals door Van den Doel in zijn boek Afscheid van Indië: de val van het Nederlandse imperium in Azië (2000). Men kan zich afvragen of een actie van een aantal weken en dan nog wel twee, een “oorlog” te noemen is. Achter beide benamingen gaat dan ook een politieke opvatting schuil. Misschien is “militaire actie” een aanvaardbaar compromis

Tijdens de bijna vier jaar durende militaire aanwezigheid van Nederland in Indonesië lieten circa 5.000 Nederlandse militairen het leven, waarvan ongeveer de helft door gevechtshandelingen en de overigen ten gevolge van ziekten en ongevallen. Onder de Nederlandse en Indisch-Nederlandse burgerbevolking vielen duizenden doden door gewelddaden van Indonesche nationalisten. Aan Indonesische zijde vielen naar schatting 150.000 doden. Dat waren zowel slachtoffers van Nederlands militair optreden als van geweld uitgeoefend door de Indonesische nationalisten tegen politieke tegenstanders en vermeende pro-Nederlandse elementen onder de eigen bevolking.

De Volendam was een Nederlands stoompassagiersschip van 15 434 ton, gebouwd in 1922 op de scheepswerf van Harland & Wolff Ltd., Goven, Glasgow, Schotland en afgewerkt in oktober 1922 in Belfast, Noord-Ierland. Het schip behoorde aan de Nederlandse-Amerikaanse Stoomvaart Mij. NV te Rotterdam.

De Volendam, onder bevel van kapitein Wepster, werd op 29 augustus 1940 ingezet voor evacuatie van kinderen en had 879 opvarenden waarvan 273 bemanningsleden, 320 kinderen met hun ouders en begeleiders, en 286 andere passagiers. Ze was ook het commandoschip over het konvooi OB-205 met admiraal G. H. Knowles aan boord.

Omstreeks 00.00 u. op 31 augustus 1940, werd de Volendam getroffen door een torpedo van de U-60, onder bevel van Oberleutnant Adalbert Schnee, op ongeveer 200 kilometer ten westen van Bloody Foreland, ten noordwesten van Ierland, in positie 56°04′ N. en 09°52′ W. De torpedo sloeg in boegruim 1 een gat van 16 bij 10 meter, waardoor de ruimcompartimenten 1 en 2 overstroomden. Al snel was men genoodzaakt om het schip te verlaten, maar dit bleek geen probleem te zijn, want dit was in de haven van Liverpool al geoefend door de passagiers; vooral de kinderen zongen de “Roll out the Barrel”, totdat ze werden gered door drie andere schepen uit het konvooi; de Britse stoomvrachtvaarder Bassethound, het Britse tankerstoomschip Valldemosa en het Noorse motorvrachtschip Olaf Fostenes, die met hen terugkeerden naar Groot-Brittannië en Canada. Het enige dodelijke ongeval was een bemanningslid, een purser, die misstapte in de reddingsboot, overboord viel en verdronk.

De Volendam bleef drijven en werd op sleeptouw genomen door HMS Salvonia (W 43) die het schip liet strandden bij Isle of Bute. Later werd de Volendam terug vlot getrokken en hersteld bij Cammell Laird Ltd. in Glasgow. Toen ze in het droogdok lag werd een tweede torpedo ontdekt in het boegruim die nog intact bleek te zijn maar niet ontploft was. De Duitse U-boot had een spreidschot gelanceerd met een korte tussenpauze tussen de twee torpedo’s, waarvan de eerste wel tot ontploffing kwam en de tweede torpedo in hetzelfde 16 meter lange boeggat niet explodeerde. Het schip werd omgebouwd voor vervoer van troepen en keerde terug naar de konvooidienst in juli 1941. Tot juli 1945 had ze voornamelijk meer dan 100.000 militairen vervoerd.

In 1946 vervoerde de TSS Volendam Nederlandse troepen naar Nederlands-Indië en werd vervolgens terug aan haar eigenaar toegewezen, die haar inzette voor reizen van emigranten van Europa naar Australië. In 1947 werd de nieuw gestichte kolonie Volendam in Paraguay naar het schip vernoemd, door de emigranten die met het schip naar hun bestemming waren gebracht. Op 16 november van dat jaar ramde de Volendam de spoorbrug bij Alcantara over het Suezkanaal.

De TSS Volendam werd op 13 november 1951 opgelegd in Rotterdam. Op 3 februari 1952 werd het schip voor de sloop verkocht aan Frank Rijsdijk’s Industriële onderneming te Hendrik-Ido-Ambacht.

De fotograaf is F.C. de Haan en de foto komt uit het archief van het ANP. De informatie komt van Wikipedia.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s