Leeuwenstraat 1936

De beroemde in 1779 voltooide RK kerk van de heilige Rosalia aan de Leeuwenstraat op 4 mei 1936. Het bedehuis stond om zijn prachtige- en rijke barokinterieur bekend als de mooiste schuilkerk van RK Nederland. Bij de grote Meent-doorbraak naar de Coolsingel in ’35 kwam .leeuwenstraat 1936de kerk meer in gezicht en kreeg ze nieuwe ingangen. Als schuilkerk is het exterieur zeer eenvoudig: meer aandacht werd besteed aan het rijke interieur.

Niemand minder dan de beroemde in Rotterdam gevestigde Italiaanse architect Jan Giudici, die later ook het front van het voormalige laatste grote orgel van de Grote of St. Laurenskerk heeft ontworpen, werd opgedragen een ontwerp van de kerk te maken. Tevens werd hij met de uitvoering van de bouw belast. Als model voor zijn ontwerp koos hij de Hofkapel te Versailles in Frankrijk uit de tijd van Koning Lodewijk XIV, die in plm. 1708 in barokstijl was gebouwd door de vermaarde Franse architect Jules Hardouin Mansart. Nadat het bouwplan was goedgekeurd, kon, dank zij de familie Osy, die met andere milde gevers voor de benodigde bouwsom zorgde, in 1777 een begin met de bouw van de kerk worden gemaakt. De gehele bouw duurde ongeveer 2 jaar. Op 20 oktober 1779 vond de plechtige inwijding van de kerk plaats. Het gebouw bestond uit een langwerpige middenbeuk met lagere zijbeuken.

De middenbeuk had aan weerszijden acht hooggeplaatste vensters en was door een groot zadeldak afgedekt dat bovenaan enigszins was afgeplat. In elk der beide zijbeuken waren vijf grote rondboogvensters en in de westelijke wand vier grote vensters met rondboog, die het interieur van voldoende licht voorzagen. Onder deze vensters was een zelfde aantal kleine vierkante vensters aangebracht voor de verlichting van de kerkruimte onder de onderste galerij.

Aan het interieur van de kerk waren kosten noch moeiten gespaard, zodat het een rijke en voorname indruk maakte. De langwerpige kerkruimte bestond uit een breed middengedeelte en twee lage zijbeuken met galerijen, die door witmarmeren arcaden met boogvormige openingen van elkander gescheiden waren. De arcaden waren bovenaan van een doorlopende lijst voorzien, waarboven de balustrades van de galerijen waren geplaatst. Deze balustrades hadden gedraaide balusters. Boven de zuilen van de arcaden stonden twintig hoge zuilen met Korinthische kapitelen, die een zwaar doorlopend hoofdgestel met kroonlijst droegen. Op dit hoofdgestel rustte het prachtige en ornamentele halfronde stucgewelf, dat het schip van de kerk geheel overspande. Dit stucwerk was uitgevoerd door P. Castoldi en Co. De tweede galerij, die in later jaren ter halver hoogte van de zuilen in de zijbeuken was bijgebouwd, is bij de grote restauratie van 1935 verwijderd. Hierdoor was de kerkruimte aanmerkelijk lichter geworden en had deze haar oude luister teruggekregen. De kerk kreeg haar licht door vijf grote rondboogvensters en kleine ondervensters aan weerszijden in de zijmuren. Dergelijke vensters waren ook in de westelijke muur aan de orgelzijde. Het schip kreeg bovendien nog licht van acht hooggeplaatste kleine vensters, die op kunstige wijze aan weerszijden in het kerkgewelf waren opgenomen. Des avonds werd de kerk verlicht door een aantal prachtige koperen balkroonluchters met bijpassende wandarmaturen. De laatste zijn later vervangen door enige gewone glazen bollen, die in de bogen van de arcaden waren opgehangen. De kerk was gemeubileerd met banken, die in twee vakken in het schip waren opgesteld. Deze vervingen de stoelen, die vroeger in de kerk hadden gestaan.

Aan de oostzijde van de kerkruimte bevond zich het monumentale hoofdaltaar, dat een holgebogen vorm had. De onderbouw van het altaar sprong aan weerszijden iets naar voren en was versierd met fraai beeldhouwwerk. Daarop stonden dubbele kolommen met basementen en Korinthische kapitelen, die een zwaar holgebogen hoofdgestel torsten, waarvan het fries prachtig was gedecoreerd. Het hoofdgestel vertoonde bovenaan een mooi bewerkte kroonlijst, die boven de kolommen was verstekt. Daarboven stond een segmentvormig fronton, dat in het midden was onderbroken door een groot beeld, dat God de Vader voorstelde en dat met de beide op het fronton geplaatste engelen één geheel vormde. Boven het middelste beeld zweefde de Heilige Geest in de vorm van een duif. De gehele beeldengroep was geplaatst tegen een achtergrond van zonnestralen. Tussen de dubbele kolommen stonden fraaie beelden van Melchizedek en Aäron. Het oorspronkelijke altaarstuk van de schilder De Quartemont, dat “Jezus’ zijde wordt met een speer doorstoken” voorstelde, werd in 1862 vervangen door een ander stuk met vrijwel dezelfde voorstelling van de hand van de Rotterdamse schilder J. A. Canta. De beide beelden boven de deuren naast het altaar stelden de heilige Franciscus en Bonaventura voor, respectievelijk de stichter van de orde van de geestelijken van deze parochie en de door hen vereerde kerkleraar. De zijaltaren hadden elk een groot beeld waarvan het linkse Antonius en het rechtse Maria voorstelde. Behalve deze beelden waren in de kerk nog vier andere beelden. Deze verbeeldden de heilige Joseph, Rosalia, Clara en Elisabeth en stonden tegen 4 hoekpijlers van de kerk. At deze beelden waren vervaardigd door de Antwerpse kunstenaar Frans van Ursel.

Een prachtig staaltje van beeldhouwkunst was ook de sierlijke communiebank, die een scheiding vormde tussen het priesterkoor en de kerkruimte. Deze bevatte prachtige panelen die, behalve de borstbeelden van de heilige Gregorius, Hieronymus en Ambrosius, het werk van de Verlossing, gesymboliseerd in het lam en in de pelikaan, voorstelden. De bank werd in haar geheel gedragen door zeven in houding verschillende engelenfiguren. Vroeger stond, zoals uit oude afbeeldingen van de kerk blijkt, achter in de kerk achter de stoelen een fraai gebeeldhouwde afsluitbank, de zgn. tweede communiebank. Op de panelen waren de volgende taferelen te zien: De boodschap van de engel, Maria en Jozef vragen tevergeefs een onderkomen, de opdracht in de tempel en de vlucht naar Egypte. Toen de stoelen later door banken werden vervangen, is deze bank naar voren verplaatst.

Niet minder fraai was de aan de linkerzijde van de kerkruimte opgestelde kunstig bewerkte preekstoel. De kuip hiervan rustte op een voet in de vorm van een boom, die de “boom der kennis van goed en kwaad” voorstelde. Naast deze boom waren de eerste stamouders Adam en Eva gezeten. Het bolgebogen voorpaneel van de kuip gaf het treurige gevolg van de zondeval te zien, nl. “de verdrijving uit de hof van Eden”. Dit tafereel was gedeeltelijk bedekt door een schuin over de preekstoel afhangend gebeeldhouwd kleed, terwijl de vijandige slang zich langs de rug van de preekstoel voortkronkelde. Boven het brede kleed van de kanselhemel, dat op verschillende plaatsen door engeltjes werd opgetild, stond het kind Jezus, vergezeld van zijn moeder, dat de kop van de vijand van het mensdom verpletterde met de voet van het door hem gedragen kruis. De beide kanseltrappen, die van rijk bewerkte leuningen waren voorzien, werden aan de voet door vier staande engelen met bazuinen in de hand, als bewaakt.

Tegen de westelijke wand tegenover het hoofdaltaar stond op een galerij het zeer fraaie orgel, dat in 1779 door Joh. Mittenreyter, orgelmaker te Leiden, werd geleverd. Het prachtige front, dat uitnemend in de kerkruimte paste, was samengesteld uit een brede doorsneden middentoren en twee lagere zijtorens, die door holgebogen gehalveerde tussenvelden waren verbonden. Van onderen was de orgelkast van een brede lijst voorzien, die geheel met het beloop van de kast meeliep. De ronde pijpentorens waren elk door zware geprofileerde lijsten afgesloten. Op de middentoren stond een groot beeld, dat koning David voorstelde die de harp bespeelde; de twee zijronden hadden vrij hoge bewerkte siervazen als bekroning. Aan weerszijden van het orgel bevonden zich engelen, omgeven door tal van muziekinstrumenten, terwijl op de balustrades van de naastgelegen balcons grote musicerende engelen waren geplaatst. Onder het orgel was een uurwerk aangebracht, dat geheel was omringd door lofwerk in de vorm van bazuinende engeltjes en ander bijwerk. De zijtorens waren ondersteund door twee mooie consoles. Alle pijpenvelden waren bovenaan gevat in snijwerk in de vorm van gordijnen en onderaan in andere siervullingen, die evenals de labiums van de frontpijpen, met bladgoud waren behandeld.

Bij de restauratie van de kerk in 1935 onder leiding van de Rotterdamse architect P. G. Buskens werd de donkerbruine kleur van het orgelfront en de beide balcons door lichtere kleuren vervangen. Het bovenste gedeelte van het orgel werd in gebroken wit uitgevoerd en het onderste gedeelte licht grijs geschilderd. Door deze kleuren in combinatie met het bladgoud had het front een zeer rijk aanzien gekregen. Het orgel had 22 sprekende stemmen, twee klavieren en een vrij pedaal. Het werd enige malen gerestaureerd waarbij de oorspronkelijke dispositie is gewijzigd.
In 1954 werden deze kerk en de R.K. Kerk van de Heilige Antonius van Padua aan het Bosje (Bosjeskerk) vervangen door de nieuwe R.K. Kerk van de H.H. Antonius en Rosalia aan de Hofdijk 25. Deze werd gebouwd volgens het plan van het architectenbureau J. P. L. Hendriks, W. v. d. Sluys en L. A. van den Bosch te Rotterdam.

De fotograaf is E.A. Hof en de foto komt uit het archief van het ANP. De informatie heb ik te danken aan rotterdam010.nl Zie http://www.rotterdam010.nl/509-Kerk…/…/Kerk-rosaliakerk.html

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s