De bedrijvige Maashaven in 1908.

De bedrijvige Maashaven in 1908.

De Maashaven is één van de havens van Rotterdam. De Maashaven ligt nabij de Rijnhaven en de oude wijk Katendrecht. De aanleg duurde van 1898 tot 1905. De oppervlakte is 60 ha. De Maashaven is net als de Maashaven 1908Rijnhaven aangelegd voor de overslag van massagoed ‘op stroom’. Langs de kades van de Maashaven bevinden zich de voormalige vuilverbranding van de AVR (vroeger ROTEB), enkele silo’s van (vroegere) graanbedrijven en opslagplaatsen, zoals de Meneba, de Quaker en de “Oude Graansilo”, waar de populaire discotheek Maassilo is gevestigd.

De Maashaven is tevens een ligplaats voor onder andere binnenvaartschepen en is bereikbaar met lijn D van de Rotterdamse metro (Maashaven). De Brielselaan loopt langs de Maashaven. De woonomgeving bij de Maashaven van de Tarwewijk is de laatste jaren vernieuwd. Sinds 2004 is naast het metrostation Maashaven een woontoren gesitueerd. Deze woontoren, met de naam “The Queen of the South” bevat het Arthotel & Woonhotel, kantoorruimte en 11 etages met elk 8 (grote) appartementen. Vanaf station Maashaven start de Dordtselaan die door de gemeente Rotterdam is aangemerkt als “hotspot” vanwege verloedering en criminaliteit.

De foto komt uit het album van Burgdorffer en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Advertenties

Waalhaven 1944

Door de Duitse bezetters vernielde kranen en kapotte kademuur van de Waalhaven. Op de achtergrond de kade aan de Heijplaatweg. De foto is gemaakt in september 1944.

waalhaven1944

Een fraai artikel hierover van dekameronline.nl: Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) lag de haven van Rotterdam nagenoeg stil. Bij het bombardement op de stad, in mei 1940, was de zone ongemoeid gebleven. Maar de zich terugtrekkende Duitse bezetters wilden niet dat de haven door de geallieerden gebruikt zou worden. Omdat de haven toch al niet meer diende voor de bevoorrading van het gebombardeerde Duitse industriële achterland, lieten de Duitsers in september en oktober 1944 opgeteld 7 kilometer aan kademuren opblazen, een derde van het totaal. Ook brachten ze in de havenbekkens Nederlandse schepen tot zinken, om de toegang gedeeltelijk te blokkeren.

Rotterdam was niet alleen getroffen door het bombardement van de binnenstad en vernielingen in de haven. Fabrieken waren stelselmatig ontmanteld, vooral de olieraffinaderijen van Pernis waren zwaar getroffen door metaalroof. Van de 28 brugkranen in de haven die gebruikt werden om schepen te laden en lossen, waren er nog 2 bruikbaar. 19 stuks waren vernield en 7 naar Duitsland gesleept. De materiële schade bedroeg 140 miljoen gulden (hedendaags prijspeil 675 miljoen euro). Bovendien waren de arbeiders die de wederopbouw moesten uitvoeren lichamelijk verzwakt door de hongerwinter, die de stedelijke gebieden van Zuid-Holland extra zwaar had getroffen. De historicus F.A.M. Messing schatte de arbeidsproductiviteit van arbeiders in het jaar van de bevrijding 40 procent lager dan in 1939.

Vergeleken met de nabije concurrent Antwerpen was de positie van Rotterdamse haven in 1945 slecht. Niet alleen was Antwerpen eerder bevrijd, al in september 1944, de stad was ook nagenoeg ongeschonden uit de oorlog gekomen. Rotterdam kon pas een jaar later aan zijn wederopbouw beginnen. Antwerpen verwerkte in de tussentijd de aanvoer van de oorlogsmaterieel en de bevoorrading van de geallieerde troepen.

Hamburg was een andere rivaal. Deze Noord-Duitse haven was verwoest door geallieerde bombardementen, maar de westerse bezettingsmachten in Duitsland kozen Hamburg toch voor de aan- en afvoer van de geallieerde legers. Na de oprichting van de Bondsrepubliek Duitsland bevoordeelde de West-Duitse regering met subsidies het binnenlandse spoortransport boven de Rijnvaart vanuit Rotterdam. Hoe zou de Maasstad zich herstellen?

Slechts vijf jaar lag Antwerpen op kop in Europa. Daarna nam Rotterdam de eerste plaats weer over, om binnen vijftien jaar uit te groeien tot de grootste haven van de wereld. Het snelle herstel was onder meer te danken aan de fors gegroeide vraag naar petroleum na de oorlog. Steenkool werd minder belangrijk, de olie-overslag juist des te meer. De haven profiteerde niet alleen van de doorvoer van petroleum, maar ook van de raffinage.

Voor de oorlog bezat Rotterdam twee petroleumhavens in de Botlek met enkele raffinaderijen. Die bleken al in 1945 niet meer toereikend voor de fors gestegen vraag. Grote oliebedrijven als Shell en Esso lieten meer raffinaderijen in de haven bouwen, die als distributielocatie van de wereld een steeds belangrijke positie innam en bovendien meer bedrijvigheid aantrok.

De fotograaf is J.W. van Borselen en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. Lees het volledige artikel op https://www.dekameronline.nl/artikel/25296

Feyenoordsupporters op het Stadhuisplein 1970

Feyenoordsupporters op het Stadhuisplein wachtend op de huldiging van de Feyenoordspelers, 7 mei 1970.

feyenoordsupp1970

Oud-aanvoerder Gerard Kerkum en manager Guus Brox, samen belast met de transfers rond het eerste elftal, hebben in de tweede helft van de jaren ’60 gebouwd aan een ijzersterk Feyenoord. Zij halen onder anderen de verdedigers Rinus Israël (DWS) en Theo Laseroms (uit de VS), de Zweedse spits Ove Kindvall (IFK Norrköping), rechtsbuiten Henk Wery (DOS), middenvelder Franz Hasil (Schalke 04), verdediger Theo van Duivenbode (Ajax), middenvelder Willem van Hanegem en keeper Eddy Treijtel (beiden Xerxes/DHC) naar De Kuip. Met Eddy Pieters Graafland, Piet Romeijn, Cor Veldhoen en Wim Jansen, die in 1964 zijn debuut heeft gemaakt, vormen zij het hart van de ploeg die in de zomer van 1969 te maken krijgt met een nieuwe trainer: de Oostenrijker Ernst Happel, die overkomt van ADO.

De vooral tactisch en psychologisch ijzersterke meestercoach geeft Feyenoord wat het tot dan toe miste. Voetballen konden de Rotterdammers als de beste, Happel voegt daar lef, flair en zelfvertrouwen aan toe.

Voor het oog van 25.000 meegereisde fans, zorgt Kindvall op 6 mei 1970 in Milaan voor wat nog altijd de mooiste dag is in de geschiedenis van de club. Met een leep boogballetje, diep in de verlenging, beslist hij in het kolkende San Siro in Milaan de finale van het toernooi om de Europa Cup voor Landskampioenen tegen Celtic. Feyenoord wint de Europa Cup I, als eerste Nederlandse club! Na een indrukwekkende opmars, waarin in de tweede ronde ook al bekerhouder AC Milan op grootse wijze is verslagen (1-0 nederlaag uit, 2-0 thuis), is Feyenoord op de toppen van zijn roem. Honderdduizenden supporters staan een dag later op een volgepakte Coolsingel om de helden te eren, Rotterdam zindert van genot.

De foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie van feyenoord.nl

Jeugdland in de Energiehal is geopend, 18 juli 1966

Wie heeft er nou niet geëmailleerd, getuinierd, gemetseld of gemacrameed? Jeugdland was hét vakantiefestijn voor de Rijnmondse jeugd.jeugdland 1966

Hoewel, Rijnmondse jeugd, de kinderen kwamen van heinde en verre, blijkt uit de brief van Nolleke Boll uit Oud-Beijerland. Ze woonde destijds op de Veluwe en bezocht het evenement toen het nog in de Energiehal werd gehouden. ,,Als jong, verlegen Veluws meisje mocht ik mee naar Jeugdland met mijn begeleider, ook verlegen, maar wel stads.

Door die verlegenheid kwamen we nergens bij, maar we hebben wel het krentenbolletje, het pakje melk en de andere versnaperingen opgehaald. We hebben een toneelstukje gezien en gekeken bij het pannenkoeken bakken. We waren veel te vroeg weer thuis, vond mijn tante, die een vermogen had neergeteld om ons te laten gaan. Maar ik kan wél zeggen: ik ben er ooit geweest.’’

Jeugdland. Je kon er met je knuffel naar de poppendokter. Je kon er figuurzagen, bloemschikken, tekenen en schilderen, kleien en later zelfs een rondje pony sjokken.

Nolleke Boll schrijft het al: een flinke dot haar op je tanden, geduld én onverzettelijkheid waren een must, want overal waren de rijen lang, langer, langst.

Rob van Steenbergen uit Den Hoorn kwam er medio jaren zeventig geregeld over de vloer. ,,Wat me vooral is bijgebleven, is dat er zoveel te doen was dat je bewust keuzes moest maken. Tijdens mijn allereerste bezoek had ik, net als het jongetje op de foto, plaats genomen in het figuurzaagpaviljoen. Na twee uur zagen en vijlen had ik mijn werkstuk klaar en leverde ik het in bij de leiding om mee te dingen naar de dagprijs.

Toen ik het paviljoen had verlaten, zag ik pas wat er allemaal nog meer te doen was. Ik had direct spijt van mijn tijdvretende geknutsel. Gelukkig bleek ik aan het eind van de dag wel de dagprijs te hebben gewonnen.’’

Arthur Baier speelde winkeltje, trapte zich een ongeluk in de RET- skelterbus en deed de Roteb Quiz. ,,Ik ben een paar jaar geleden met mijn eigen zoon naar de nieuwere versie geweest. Weinig aan!’’

Ook trouw bezoeker Martin Sips vond Jeugdland heerlijk. ,,Met mijn buurjongen heb ik op de jeugdredactie gewerkt als Jeugdlandreporter. Dan gingen we met z’n allen naar de drukkerij om te kijken hoe dat ging, zo’n krantje maken.’’

Tim Sikkema wist niet wat hij zag toen hij vorige week de krant opensloeg. ,,Verleden week nog had ik toevallig met een kennis een gesprek over de bezoekjes die we vroeger aan Jeugdland brachten. Wat ons het meest was bijgebleven, was de filmvoorstelling die je in een locomotief van de NS kon bekijken. Die film was opgenomen vanaf de ’bok’ van een rijdende trein. Je zag eigenlijk alleen maar het uitzicht van de machinist tijdens een treinreis. Maar we vonden de attractie zo leuk, dat we de film wel vier keer hebben gezien. Ik kwam ook vaak thuis met een verftekening, gemaakt in een soort centrifuge. Je legde een wit vel op de bodem en goot door de open bovenkant verf in de draaiende ton. Zo kreeg je hele mooie artistieke schilderijen.’’

Sikkema bezocht Jeugdland ongeveer vier keer. Het evenement vond destijds nog plaats in de tijdelijke Ahoyhal aan de Hofdijk in het centrum van de stad.

,,Ik stond dan al ver voor de opening buiten te wachten. En ik niet alleen. Er stonden altijd lange rijen en als de deuren eindelijk opengingen, steeg er een luid gejuich op.’’

De Energiehal was een sport- en evenementenhal in de Blijdorpse polder in Rotterdam. De Energiehal is gebouwd voor de tentoonstelling E55 die van mei tot september 1955 in Rotterdam werd gehouden. De Energiehal had een oppervlakte van 6000 m². Deze tentoonstelling werd gehouden in de wijk Dijkzigt waar nu de Medische faculteit van de Erasmus Universiteit staat.

De Energiehal is na de tentoonstelling verplaatst naar de Blijdorpse polder, dicht bij het Kleinpolderplein en heeft jarenlang als sporthal dienstgedaan. In de jaren negentig werden in de Energiehal vrijwel maandelijks grote hardcore-feesten gehouden. Enkele grote feesten die er gehouden zijn zijn A Nightmare in Rotterdam, Terrordome, Megarave, Eurorave, Raver’s Night. De energiehal stond in de hardcore underground wereld bekend om zijn kwalitatief zeer goede geluidsinstallatie. Eind jaren negentig is de Energiehal afgebroken om plaats te maken voor een parkeerplaats voor Diergaarde Blijdorp en een vestiging van hotel Domina, thans een hotel van het Van der Valk-concern.

De fotograaf is Jan Voets van Anefo en het copyright ligt bij het Nationaal Archief. De informatie komt uit het AD van 23 juli 2007 en van Wikipedia.

Het luchtspoor vlak voor de sluiting, 2 september 1993.

Het Luchtspoor was een 2,2 kilometer lang spoorviaduct in de spoorlijn Rotterdam – Breda dat dwars door het centrum van Rotterdam en met bruggen over de Nieuwe Maas en de Koningshaven heen ging. Het begon ter hoogte van station Hofplein en eindigde bij de luchtspoor 1993aanvang van de vaste oeververbinding over de Nieuwe Maas; de officiële benaming was Binnenrotteviaduct. Dit spoorviaduct werd op 28 april 1877 geopend als onderdeel van de door de Staat aangelegde verbinding van Amsterdam naar België. Het is de enige spoorlijn in Nederland die dwars door een historische binnenstad gebouwd is. Uiteraard bracht dit de nodige overlast met zich mee; toch werd het Luchtspoor na verloop van tijd onlosmakelijk onderdeel van het Rotterdamse stadsbeeld. Omgekeerd bood het Luchtspoor treinreizigers een spectaculair uitzicht op de bedrijvige stad.

Vanaf 1855 werd gestudeerd op een spoorverbinding tussen Amsterdam en België. Het was mogelijk van Amsterdam naar Rotterdam te reizen met de trein, ook was er een treinverbinding tussen Moerdijk en Antwerpen, maar tussen Rotterdam en Moerdijk moest men van een stoomboot gebruikmaken. Een mogelijkheid was de verbinding met België via Utrecht en Tilburg te laten lopen. Dit plaatste Rotterdam voor een dilemma, enerzijds wilde men graag profiteren van een goede treinverbinding met België, anderzijds was men doodsbenauwd dat bruggen over de Nieuwe Maas de scheepvaart zouden hinderen. In 1862 greep de in de regering teruggekeerde minister Thorbecke in. Hij dwong Amsterdam en Rotterdam tot forse ingrepen om de spoorwegen aan te sluiten op de wereldhavens van beide steden. In Rotterdam moest daarvoor niet alleen een spoorlijn dwars door de stad worden aangelegd, maar ook een nieuwe haven worden gegraven: de Koningshaven.

Om een verbinding met Amsterdam te kunnen maken moest de nieuwe spoorlijn uit de richting Breda aansluiten op de bestaande spoorlijn Amsterdam – Rotterdam die op het kopstation station Delftse Poort eindigde (ongeveer waar nu Rotterdam Centraal ligt). Om de doortrekking mogelijk te maken werd een nieuw station Delftse Poort gebouwd. Het Luchtspoor kreeg ook een eigen station, midden in het centrum van Rotterdam: station Beurs. Na de oorlog zou station Beurs worden hernoemd tot station Blaak.

Om de scheepvaart doorgang te verlenen werden in de Wijnhaven en de Koningshaven draaibruggen gebouwd (twee pijlers hiervan zijn nu nog in de Wijnhaven aanwezig). Na verloop van tijd werd de doorgang in de Koningshaven te krap, daarom is daar in 1927 een veel grotere hefbrug gebouwd (De Hef).

In de jaren 80 van de 20e eeuw waren de inmiddels ruim 100 jaar oude bruggen aan vervanging toe. Bovendien was de hefbrug, die regelmatig geopend moest worden, steeds meer een capaciteitsknelpunt geworden in deze belangrijke spoorwegverbinding. Na veel discussie is besloten de bruggen te vervangen door een viersporige tunnel op dezelfde plek, met een ondergronds station Blaak. Deze Willemsspoortunnel is op 15 september 1993 geopend. Het Luchtspoor is vervolgens gesloopt. De Hef werd niet gesloopt, maar bleef staan als monument van het Rotterdamse spoorwegverleden.

De fotograaf is Ed Oudenaarden en de foto komt uit het archief van het ANP. De informatie komt van Wikipedia.