Noordsingel

noordsingel 1920Het gerechtsgebouw aan de Noordsingel in 1920.

Het gerechtsgebouw werd ontworpen door de geboren en getogen Rotterdammer Willem Cornelis Metzelaar. Deze werd in 1883 benoemd tot ingenieur-architect der gevangenissen en gerechtsgebouwen. Ook was Metzelaar departementaal Rijksbouwmeester bij Justitie. Het gerechtsgebouw werd in 1899 opgeleverd. Het Rotterdamse gerechtsgebouw wordt algemeen als het beste werk van Metzelaar beschouwd. Het verzorgde gebouw is een goed voorbeeld van de negentiende-eeuwse overheidsarchitectuur. Links was de arrondissementsrechtbank gehuisvest, rechts het kantongerecht. Het gebouw in neorenaissancestijl heeft een symmetrische gevel met decoratief metselwerk van gele baksteen met accenten in rode baksteen en natuursteen.

In 1956 verhuisde het kantongerecht, maar de ruimteproblemen van de rechtbank bleven en uitbreiding aan de Noordsingel was niet mogelijk. Vanaf begin van de jaren zeventig waren er plannen voor nieuwbouw op verschillende locaties. Sinds 1996 is de rechtbank gevestigd in het nieuwe gebouw de Wilhelminahof op de Kop van Zuid. Het monumentale gerechtsgebouw aan de Noordsingel werd door de architecten ir. F. Toben en A. Mazzola grootscheeps gerestaureerd en verbouwd tot een sfeervol en functioneel onderkomen voor de Raad voor de Kinderbescherming. Vanaf 1999 heeft de Raad kantoor in het gebouw aan de Noordsingel.

De Noordsingel heet zo omdat hij het noordelijkste deel van het omstreeks 1862 voltooide waterproject van Rose is.

De prent komt uit het Stadsarchief Rotterdam en de informatie komt ook uit het Stadsarchief Rotterdam.

Advertenties

Het hofje (tuin) in de Vijverhofstraat (foto van 1970)

10863789_1600634033493382_9104659443413388297_oHet huidige Vrouwe Groenevelt’s Liefdegesticht aan de Vijverhofstraat werd gebouwd in 1902. Het had meerdere voorgangers, op andere locaties. De instelling gaat dan ook terug tot de vroege 19e eeuw. Bij testament bepaalde Geertruy Groenevelt (1739-1808), een bemiddelde Rotterdamse, dat een deel van haar kapitaal moest worden besteed aan een instelling voor bejaarde en ongetrouwde vrouwen. Ze reserveerde er 6000 Engelse ponden voor. In 1815-’16 verrees aan de Oostsingel naar ontwerp van S. Dunlop een hofje voor 16 bewoonsters. Na uitkoop door de gemeente, die de grond wilde voor stadsuitbreiding, verhuisde de instelling in 1865 naar de Weenastraat. Architect van de nieuwbouw was H. Weymans Ligtenberg. Opnieuw vanwege uitbreidingsplannen, maar deze keer voor het treinspoor, moest het Liefdegesticht verkassen. En opnieuw werd een zak geld meegegeven. B. Hooijkaas ontwierp het nieuwe hofje en enkele aangrenzende huizen aan de Vijverhofstraat. In mei 1902 betrokken 16 bewoonsters hun nieuwe onderkomen. Gedurende de eerste vijftig jaar werden er, buiten noodzakelijk onderhoud, geen bouwkundige ingrepen verricht. In 1957 werd door het bureau Hooykaas en Zoon (nu met y) huisje nr. 14 als proef gerenoveerd. Dit leidde niet tot een algehele verbouwing; aanpassingen vonden per huisje plaats, wanneer een verhuizing dit mogelijk maakte. In 1993-’94 werd een hoognodige renovatie van het complex uitgevoerd onder leiding van I. Hulshof.