Koninginnekerk 1972

De Koninginnekerk tijdens de afbraak van het gebouw, 13 januari 1972.

De protestantse Koninginnnekerk aan de Boezemsingel op de grens tussen de wijken Crooswijk en Kralingen in de gemeente Rotterdam werd in 1907 in gebruik genomen. Ze was genoemd naar koningin Wilhelmina.koninginnekerk 1972

Begin twintigste eeuw waren veel Rotterdammers naar nieuwe wijken buiten het stadscentrum verhuisd. Sommige in het centrum gelegen kerkgebouwen kampten daardoor met verminderd bezoek en werden gesloten en verkocht. De opbrengst investeerde men in nieuwe kerken in de randwijken. De Koninginnekerk werd op dergelijke wijze gerealiseerd. Bovendien ontving men een belangrijke gift van de gezusters Van Dam, die ook de Wilhelminakerk in Rotterdam-Zuid hadden gefinancierd en de bouw van het Rotterdamse Diaconessenhuis mogelijk maakten. In juli 1904 werd de eerste steen gelegd en op 1 april 1907 kon de nieuwe kerk plechtig worden ingewijd. Het ontwerp was van de architecten Barend Hooijkaas jr. en Michiel Brinkman. Het gebouw telde 1750 zitplaatsen. In de loop der jaren werd de Koninginnekerk een begrip in Rotterdam. Toen eind jaren zestig bekend werd dat het statige gebouw met zijn twee imposante torens afgebroken zou worden leidde dit in de stad tot veel protest. Desondanks werd het godshuis gesloopt nadat er op 31 december 1971 de laatste eredienst was gehouden.

Op de plaats waar de kerk stond verrees een dertien etages hoge verzorgingsflat voor ouderen, woonzorgcentrum Hoppesteyn geheten. Hiernaast kwam in 2001 de Koninginnetoren te staan, een 78 meter hoog gebouw met 85 seniorenappartementen. De bovenste etages zijn groen gemaakt als herinnering aan de kopergroene daken op de torens van de kerk.

In 2013 werd de Koninginnekerk gekozen tot mooiste gesloopte kerk van Nederland.

De fotograaf is Hans Peters, Anefo en het copyright ligt bij het Nationaal Archief. De informatie komt van Wikipedia.

Advertenties

Crooswijkseweg 1960

De Crooswijkseweg vanaf de brug over de Boezemsingel en de Crooswijksesingel, uit het zuidwesten. De foto is gemaakt tussen 1960 en 1965.crooswijkseweg 1960

Omstreeks 1337 komt de heer Van Voorne voor als eigenaar van het huis of de hofstede te Crooswijk. Dit huis kwam later aan de graaf van Holland. Het stond waarschijnlijk op de plaats van het oude Duifhuis, een toltoren die door de Romeinen was gesticht. Het huis komt voor op een kaart van 1567 van Jan Potter. In 1828 kocht de stad de buitenplaats ‘het Huis te Crooswijk’, ook bekend onder de naam van Duifhuis, met de daarbij behorende grond. Het huis werd gesloopt en op het terrein werd een begraafplaats aangelegd. Alle hierboven genoemde straten liggen in het voormalige ambacht Crooswijk. De Crooswijkseweg wordt reeds in 1489 genoemd. Deze liep van de huidige Goudse Rijweg naar de vroegere Oudedijk. Ze kwam ook voor onder de namen Crooswijksche Binnenweg, Goudscheweg, Rubroekscheweg, Oudelandscheweg, Schinkelweg en Gerrit Berchmansweg. De Crooswijksebocht werd voor 1948 alleen aangeduid met de naam Crooswijk.

De prent komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Crooswijksebocht 1975

Gezicht op de Rotte ter hoogte van de Crooswijksebocht, 1975.

crooswijkse bocht 1975

Het riviertje de Rotte, waaraan de stad Rotterdam zijn naam te danken heeft, wordt in 1242 voor het eerst genoemd. Ze moet echter eeuwen oud zijn, want in een oorkonde uit 1028 is er sprake van een nederzetting ‘Rotta’. De Rotte werd voor 1200 ter hoogte van Crooswijk voor het eerst afgedamd in het kader van de aanleg van een dijk vanwege de grote 12de-eeuwse overstromingen. De aanleg van Schielands Hoge Zeedijk meer naar het zuiden rond het midden van de 13de eeuw, betekende een tweede afdamming. In deze dam, het midden van de latere Hoogstraat, bevonden zich enkele uitwateringssluizen waardoor de (Binnen-)Rotte in verbinding beelf staan met de Maas. De beide kaden langs de Rotte ten noorden van de oude stad ontvingen de namen Rechter en Linker Rottekade. Waar deze kaden door Hillegersberg en Terbregge lopen kregen ze na de annexatie de plaatsnamen als toevoegsel. De Rottebrug verbindt over de Rotte de Gordelweg met de Boezembocht. De Rottestraat ontving haar naam omdat ze op de Rotte uitloopt. Zie ook Binnenrotte.

Omstreeks 1337 komt de heer Van Voorne voor als eigenaar van het huis of de hofstede te Crooswijk. Dit huis kwam later aan de graaf van Holland. Het stond waarschijnlijk op de plaats van het oude Duifhuis, een toltoren die door de Romeinen was gesticht. Het huis komt voor op een kaart van 1567 van Jan Potter. In 1828 kocht de stad de buitenplaats ‘het Huis te Crooswijk’, ook bekend onder de naam van Duifhuis, met de daarbij behorende grond. Het huis werd gesloopt en op het terrein werd een begraafplaats aangelegd. Alle hierboven genoemde straten liggen in het voormalige ambacht Crooswijk. De Crooswijkseweg wordt reeds in 1489 genoemd. Deze liep van de huidige Goudse Rijweg naar de vroegere Oudedijk. Ze kwam ook voor onder de namen Crooswijksche Binnenweg, Goudscheweg, Rubroekscheweg, Oudelandscheweg, Schinkelweg en Gerrit Berchmansweg. De Crooswijksebocht werd voor 1948 alleen aangeduid met de naam Crooswijk.

De fotograaf is Cock Tholens en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Stadsarchief Rotterdam

De Heinekenbrouwerij bij de Noorderbrug, 5 februari 1988

In 1873 sloten Gerard Heineken en de eigenaar van de Rotterdamse brouwerij d’Oranjeboom Willem Baartz een verbond en richtten Heineken’s Bierbrouwerij heineken brouwerij 1988Maatschappij op. In 1874 namen ze hun nieuwe brouwerij in Rotterdam aan de Crooswijkse Singel in gebruik. Deze locatie ging leveren aan het zuiden van het land en zorgen voor de export. Het was een van de meest hoogstaande brouwerijen van zijn tijd. Het had een werkvloer van dertig vierkante meter. In 1883 werd de brouwerij voorzien van koelsystemen. In de periode 1923-1926 werd de brouwerij vrijwel geheel herbouwd naar ontwerp van de architect Willem Kromhout. Bij de inwijding van de ´Bierkathedraal´ was het Z.K.H. Prins Hendrik die het eerste brouwsel stortte.

Het nog bestaande Kantoorgebouw Heineken (ook wel ´Heinekenhuis´ genoemd) is een gebouw dat in 1932 gebouwd is naar ontwerp van Willem Kromhout.

In de jaren 20 werd Kromhout gevraagd een nieuw kantoorgebouw, graansilo, ziederij en kolentransporteur te ontwerpen op het brouwerijterrein van Heineken in de Rotterdamse wijk Crooswijk. Anno 2014 is enkel het kantoorgebouw en de kopgevel van het ziederijgebouw overgebleven. Tegen de kopgevel werd in 1980 een kantoorpand gebouwd.

Het Heinekenhuis is sinds 1996 een rijksmonument en werd in 1999 aangekocht door Stadsherstel Historisch Rotterdam N.V. van Heineken Nederland B.V. Architect Rob van Erk verzorgde de restauratie, renovatie en herbestemming van het kantoorgebouw. Op 18 januari 2001 werd het gebouw officieel geopend door burgemeester Ivo Opstelten.

Bierbrouwer Heineken heeft plannen om terug te keren naar het pand om hier een horecagelegenheid te openen.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia en van ad.nl.

Crooswijkseweg 1979

De huizen met nummers 61 en 63 aan de Crooswijkseweg, hoek Rubroekstraat en Hendrikstraat, 2 november 1979.

crooswijkeseweg 1070

De Crooswijkseweg verwijst naar het voormalige ambacht Crooswijk. De Crooswijkseweg wordt al in 1489 genoemd. Zij liep van de huidige Goudse Rijweg naar de vroegere Oudedijk. Ze kwam ook voor onder de namen Crooswijksche Binnenweg, Goudscheweg, Rubroekscheweg, Oudelandscheweg, Schinkelweg en Gerrit Berchmansweg. De Crooswijksebocht werd voor 1948 alleen aangeduid met de naam Crooswijk. Omstreeks 1337 komt de heer Van Voorne voor als eigenaar van het huis of de hofstede te Crooswijk. Dit huis is later aan de graaf van Holland gekomen. Het stond waarschijnlijk op de plaats van het oude Duifhuis, een toltoren die door de Romeinen was gesticht. Het huis komt voor op een kaart van 1567 van Jan Potter. In 1828 kocht de stad de buitenplaats ‘het Huis te Crooswijk’, ook bekend onder de naam van Duifhuis, met de daarbij behorende grond. Het huis werd gesloopt en op het terrein werd een begraafplaats aangelegd. Alle hierboven genoemde straten liggen in het voormalige ambacht.

De Rubroekstraat heet naar het vroegere ambacht Rubroek, dat reeds omstreeks 1283 wordt vermeld. De oudste vorm is Rubroke, later komt ook voor Ruychbroek en Ruychpolder. Ruw en ruig zijn verwanten woorden. Rubroek moet verklaard worden als woest, nog niet ontgonnen moerasland. De polder Rubroek, bestaande uit Achter- of Oud-Rubroek en uit Voor-Rubroek of Vorenbroek werd vroeger, wat betreft waterschapszaken, bestuurd door ambachtsheren of molenbewaarders. Deze werden reeds in het midden van de 16de eeuw door Rotterdam aangesteld. Achter- of Oud-Rubroek behoorde tot de jurisdictie van Hillegersberg, Voor-Rubroek tot die van Rotterdam. Beide gedeelten waren gescheiden door de Oude Zeedijk. Van 1897 tot 1949 had men in deze buurt ook het Rubroekspad.

Over de herkomst van de Hendrikstraat zijn twee theorieën. De ene vertelt dat Hendrik een neef van de bouwondernemer was. De ander vertelt dat de straat vernoemd is naar prins Hendrik Willem Frederik.

De foto en informatie komen uit het Stadsarchief Rotterdam.