Paradijskerk, Nieuwe Binnenweg 1944

De enige trolleybus in Rotterdam tijdens een testrit, 1 mei 1944. Op de achtergrond de Paradijskerk aan de Nieuwe Binnenweg.paradijskerk1944

Deels als gevolg van het steeds nijpender tekort aan vloeibare brandstof voor de autobussen werd door de tijdens de bezetting aangestelde R.E.T.-directie, opdracht gegeven, een aantal van de vooroorlogse Kromhout-bussen te voorzien van electromotoren, met de bedoeling, een trolleybuslijn in bedrijf te stellen. In eerste instantie zou het traject Charlois – Maastunnel – Rochussenstraat in aanmerking komen voor trolleybediening. In de jaren 1943 en 1944 werden bovenleidingpalen geplaatst, draden gespannen en werd proefgereden met de eerste gereedgekomen wagens. Tot indienststelling is het echter niet gekomen. Ernstige beperking en tenslotte stopzetting van de stroomvoorziening verhinderde de exploitatie. Na de bevrijding werd besloten, niet tot trolleybus-exploitatie over te gaan, waarna de bovenleiding werd gesloopt.

In 1647 stichtte kapelaan Bernardus Hoogewerff een nieuwe kerkplek in Rotterdam, omdat de schuilkerk aan de Oppert (HH. Laurentius en Maria Magdalena of Oppertse kerk) te klein was geworden. Hij deed dit in zijn geboortehuis genaamd Het Paradijs, gelegen in de oude binnenstad tussen de Slijkvaart (later Lange Torenstraat) en de Delftsevaart, niet ver van de St. Laurenskerk. De kerk werd gewijd aan Petrus en Paulus, en stond in het begin ten dienste van de klopjes, maar werd later in 1649 door Philippus Rovenius erkend als een zelfstandige gemeente.

In 1718 werd aan de Lange Torenstraat op de plaats van een te klein geworden kapel een nieuwe schuilkerk gebouwd die een jaar later gereed kwam. Bij het Utrechts schisma van 1723 koos de parochie de kant van het Utrechtse kapittel, waardoor zij ging behoren tot de Oud-Bisschoppelijke Clerezie (later Oud-Katholieke Kerk van Nederland).

Pas toen het gebouw in 1901 een nieuwe voorgevel kreeg was het van buitenaf als kerk herkenbaar. Zes jaar later werden er echter verzakkingen en vermolming van het hout van de galerijen geconstateerd waarna de kerk wegens bouwvalligheid niet meer gebruikt kon worden. Men besloot naar ontwerp van architect P.A. Weeldenburg aan de Nieuwe Binnenweg een nieuw kerkgebouw te doen verrijzen. In 1908 werd met de bouw begonnen en in op 30 juni 1910 werd de nieuwe kerk geconsacreerd door Mgr. N.B.P. Spit, bisschop van Deventer en pastoor van de Paradijskerk.

De foto komt uit het archief van het ANP. De informatie komt van http://www.rotterdam010.nl/512-Openbaarvervoer/trolley.htm en van Wikipedia.

Heemraadssingel

IJspret op de Heemraadssingel op 39 januari 1979.

heemraadssingel 1979

De Heemraadssingel is vernoemd naar de heemraden van Schieland. Deze naam herinnert aan vroegere poldertoestanden
Vóór de aanleg van de singel liep hier de Heemraadsweg, welke naam bij besluit B&W 27 juli 1894 was vastgesteld. In 1902 werd de naam Heemraadssingel vastgelegd.

De foto is gemaakt door het toenmalige Gemeentearchief Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt ook uit het Stadsarchief Rotterdam

Buitenhofstraat

buitenhofstraat 1975Gezicht op de Buitenhofstraat gezien vanaf de Veeluststraat op 19 augustus 1975. Op de achtergrond de toren van de Sint-Willebrorduskerk aan de Beukelsdijk.

De Buitenhofstraat is vernoemd naar een boerenhofstede. De straat is niet naar een bestaande of verdwenen boerderij vernoemd, doch ontving haar naam in overeenstemming met de andere straatnamen.

De Veeluststraat dankt zijn naam aan een boerderij aan de Beukelsdijk, die omstreeks 1915 werd gesloopt.

De Sint-Willebrorduskerk was een nieuwe parochiekerk in Rotterdam-West, opgericht jaren 1920. Grote kruiskerk op centraliserende plattegrond met laag (pseudo)transept (dwarsschip) en terzijde staande toren, links naast de voorgevel. Schip wordt overdekt door een paraboolvormig gewelf van gewapend beton. Priesterkoor met achter het altaar zich trapsgewijs verjongende (versmallende) nis, eveneens in paraboolvorm, en indirecte lichtinval. Belangrijk werk uit het oeuvre van de architecten Buskens en Thunissen, gebaseerd op het concept van de volkskerk (vanuit het gehele middenschip onbelemmerd zicht op het altaar). Sobere expressionistische vormen, met hier en daar verwijzingen naar de gotiek (o.a. raam voorgevel). In 1995 buiten gebruik gesteld, sindsdien in gebruik door de Poolse parochie van Rotterdam.

De foto is gemaakt door het toenmalige Gemeentearchief Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Stadsarchief Rotterdam en van reliwiki.nl

’s Gravendijkwal

's gravendijkwal 1977De ‘s-Gravendijkwal bij de kruising met de Rochussenstraat vanaf het dak van het Instituut voor Scheepvaart en Scheepsbouw gezien. De foto is gemaakt op 30 augustus 1977. Het pand moest wijken voor de aanleg van de metro.

De ‘s-Gravendijkwal is vernoemd naar de vroeger ongeveer op deze plaats gelegen dijk in het ambacht Cool, die al in 1358 onder de naam ‘s-Gravendijkwal voorkomt. De dijk, gelegen ten oosten van het Middelland die later ook wel Dijkwal wordt genoemd, is misschien onder graaf Floris V aangelegd. Voor het gebouw van de voormalige Eerste H.B.S. aan de ‘s-Gravendijkwal staat het monument van de beroemde Rotterdamse scheikundige Dr. Jacobus Henricus van ’t Hoff 1852-1911. Dit monument werd op 17 april 1915 onthuld.

Charles Rochussen (1814-1894) Rotterdams schilder. Charles Rochussen stamde uit een welgestelde Rotterdamse familie. Hij volgde les aan de Haagse academie van Beeldende Kunsten. Rochussen verbleef van 1849 tot 1869 in Amsterdam en keerde toen pas weer terug naar Rotterdam. Rochussen was ook bestuurslid van de Rotterdamse academie. Hij was een bekwaam schilder en aquarellist. Hij was ontwerper van historische optochten en werd bekend met zijn taferelen uit de vaderlandse geschiedenis, een genre dat in de eerste helft van de negentiende eeuw heel populair was. Ook schilderde hij soldatentaferelen en het tijdverdrijf van de gegoede burger, zoals harddraverijen, valkenjachten en zeilwedstrijden. Daarnaast was hij illustrator van vele boeken en hij voorzag schilderijen van verschillende collegaschilders van figuren. Zijn belangrijkste leerlingen waren Aug. Allebé en G.H. Breitner.

De foto is gemaakt door het toenmalige gemeentearchief Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie over het verdwenen pand komt van niss.nu en de informatie over de straten komt van het Stadsarchief Rotterdam.