Jonker fransstraat 1939

De Jonker Fransstraat gezien vanaf de Goudsesingel, 1939.

De Jonker Fransstraat is vernoemd naar Jonker Frans van Brederode (1466-1490), die als aanvoerder van de Hoeken in 1488 Rotterdam tegen Maximiliaan van Oostenrijk wist te verdedigen. In de volksmond werd de straat wel Jonker Frankenstraat genoemd naar analogie van de vooroorlogse Lange en Korte Frankenstraat. Vroeger liep hier ter plaatse, van de Goudsesingel naar de Rubroekse molen, een pad dat vanwege haar lengte in de volksmond ‘het Gebed zonder end’ heette.jonkerfransstraat 1938

De Goudse Rijweg, Goudseweg en (vooroorlogse) Goudsewagenstraat vormden een onderdeel van de oude weg naar Gouda. De Goudsewagenstraat wordt reeds in 1366 in bronnen vermeld. Na 1358, toen er grachten om de stad gemaakt mochten worden, zal ook bij deze ‘rijweg’ aan de stadsvest een poort gebouwd zijn en kon men van Gouda daardoor met wagens in de stad, d.w.z. op de Hoogstraat, komen. Later was hier het beginpunt van het Goudse Wagenveer. De Goudsewagenstraat heette oorspronkelijke Oostwagenstraat, in tegenstelling tot de Westewagenstraat. De brug over de Goudsevest heette ook nog op het einde van de 17de eeuw Oostwagenbrug. In de 18de eeuw zijn beide namen verdwenen .De Goudsewagenstraat liep vóór het bombardement in mei 1940 van de Goudsesingel naar de Hoogstraat. Ze lag iets westelijker dan de huidige straat van die naam. Het gedeelte tussen de Kipstraat en de Hoogstraat heette Korte Goudsewagenstraat. Onder Goudse Rijweg verstond men in de 16de eeuw ook de straat die thans Goudseweg heet. Tot 1900 droeg de westzijde van de Vlietlaan eveneens deze naam. De Goudsesingel was oorspronkelijk de buiten de stad gelegen vestkade. In 1481 wordt de singel genoemd van de Oostpoort naar het kleine Goudse Poortje. Deze singel moet even ten noorden van de huidige Warande en het Ammanplein hebben gelegen. Na 1505, toen de stad in zuidelijke richting was ingekrompen, verstaat men onder Goudsesingel de weg van de Goudse Poort tot Couwenburghseiland (ter hoogte van het huidige Pompenburg). Ten oosten van de Goudse Poort heette hij Oostsingel. De Goudsesingel en Oostsingel waren de kaden ten noorden van de Goudsevest en de Oostvest. Het eerste gedeelte van de Oostvest werd in 1871 gedempt. Dit gedeelte heette sindsdien Gedempte Oostvest. In 1888 volgde de demping van het tweede gedeelte. Op deze plaats ontstond het Oostvestplein. Ook de Goudsevest en Luthersche Vest werden gedempt. Nadat de demping was voltooid, ontving de nieuw gevormde brede weg vanaf het Boschje tot aan het Oostplein de naam Goudsesingel.

De ansichtkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Advertenties

Goudsesingel 1920

Gezicht op de Goudsesingel met veel reclame. Links de Heerenstraat en rechts de Looijerstraat, 1920.

goudsesingel 1920

De Goudse Rijweg, Goudseweg en (vooroorlogse) Goudsewagenstraat vormden een onderdeel van de oude weg naar Gouda. De Goudsesingel was oorspronkelijk de buiten de stad gelegen vestkade. In 1481 wordt de singel genoemd van de Oostpoort naar het kleine Goudse Poortje. Deze singel moet even ten noorden van de huidige Warande en het Ammanplein hebben gelegen. Na 1505, toen de stad in zuidelijke richting was ingekrompen, verstaat men onder Goudsesingel de weg van de Goudse Poort tot Couwenburghseiland (ter hoogte van het huidige Pompenburg). Ten oosten van de Goudse Poort heette hij Oostsingel. De Goudsesingel en Oostsingel waren de kaden ten noorden van de Goudsevest en de Oostvest. Het eerste gedeelte van de Oostvest werd in 1871 gedempt. Dit gedeelte heette sindsdien Gedempte Oostvest. In 1888 volgde de demping van het tweede gedeelte. Op deze plaats ontstond het Oostvestplein. Ook de Goudsevest en Luthersche Vest werden gedempt. Nadat de demping was voltooid, ontving de nieuw gevormde brede weg vanaf het Boschje tot aan het Oostplein de naam Goudsesingel.

De Heerenstraat lag in het verlengde van de Meent en liep van de Botersloot naar de Goudsesingel. Reeds in 1522 komt er een ‘heerstraat’ bij de Lombardstraat voor. Dat zegt overigens niets omdat in 1568 eveneens een ‘heerstraat’ met de bijvoeging ‘genaemt de Meent’ wordt aangetroffen. De meeste nieuwe straten en stegen, die van stadswege werden aangelegd en niet aan particulieren toebehoorden, werden, voor ze een eigen naam kregen gewoonlijk zo aangeduid. De heren waren in dit geval de stadsbestuurders. De in de stadsrekening van 1426/27 vermelde Lammitgenssteeg, op het einde waarvan toen een brug bij de nieuwe vest werd gemaakt, was vermoedelijk een oudere naam voor deze straat. Zeker is, dat daar vroeger reeds een weg gelopen heeft als een verbinding van de Meent met zowel de stadsvest als de Pannekoekstraat. Aangenomen mag worden dat de naam Meent in de 16de eeuw ook wel voor de Heerenstraat voorkomt. Misschien is na 1587 laatstgenoemde naam in zwang gekomen.

De Looijerstraat lag bij de Leeuwenlaan. De Looijerstraat was de vroegere binnenvest, die in 1851 gedempt en bestraat werd. De naam was ontleend aan de looierijen die aan deze vest lagen. In 1691 is er sprake van de verkoop van twee looierijen, die gelegen waren bij de Leeuwenlaan en de binnenvest. Bij besluit B&W 15 juni 1928 werden de namen ingetrokken.

De fotograaf is A. Schaller en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam

Hugo de grootstraat

hugo de grootstraatAan het eind van de veemarkt was gevestigd de fabriek van C.Jamin. De snoepwinkels van Jamin zijn nog steeds een begrip, maar alleen oudere Rotterdammers kennen de link met Crooswijk. De oude suikerwerkfabriek verhuisde immers in 1955 van de Hugo de Grootstraat naar Brabant. Bijna zeventig jaar heeft de Zuidhollandse Stoomfabriek Banket-, Koek- en Suikerwerken C. Jamin in Crooswijk gestaan. Eerst aan de Crooswijksekade, later aan de Hugo de Grootweg, vlakbij de oude veemarkt. Daar werden chocolade, suikerwerk, koek en biscuit gemaakt, producten die alleen verkrijgbaar waren in de keten van eigen winkels. Bij het bombardement van 14 mei 1940 werd een deel van de fabriek verwoest. Niettemin ging de productie in de oorlogsjaren door en wilde de directie – bestaande uit de drie zonen van de in 1907 overleden Cornelis Jamin – daarna flink uitbreiden. Het gemeentebestuur van die tijd zag echter liever geen fabrieken meer in Crooswijk en lange tijd leek het erop dat Jamin naar de Spaanse Polder zou verhuizen. Onenigheid over de verhuisvergoeding zorgde er evenwel voor dat de zoetwarenfabriek uitweek naar Oosterhout. Met de sloop van de oude Jamin- fabriek in 1980, herinnert niets in Crooswijk meer aan de koekbakker die tussen 1876 en 1955 werkgelegenheid bood aan duizenden Rotterdammers

De Rubroekstraat gezien in de richting van de Rotte. 1937 – 1940.

1240362_847388688615174_2273302561846097776_n

De Rubroekstraat is vernoemd naar het vroegere ambacht Rubroek, dat reeds omstreeks 1283 wordt vermeld. De oudste vorm is Rubroke, later komt ook voor Ruychbroek en Ruychpolder. Ruw en ruig zijn verwanten woorden. Rubroek moet verklaard worden als woest, nog niet ontgonnen moerasland. De polder Rubroek, bestaande uit Achter- of Oud-Rubroek en uit Voor-Rubroek of Vorenbroek werd vroeger, wat betreft waterschapszaken, bestuurd door ambachtsheren of molenbewaarders. Deze werden reeds in het midden van de 16de eeuw door Rotterdam aangesteld. Achter- of Oud-Rubroek behoorde tot de jurisdictie van Hillegersberg, Voor-Rubroek tot die van Rotterdam. Beide gedeelten waren gescheiden door de Oude Zeedijk. Van 1897 tot 1949 had men in deze buurt ook het Rubroekspad.

De fotograaf is Jan van der Kamp en de foto en informatie komen uit het Stadsarchief Rotterdam.