Erasmushuis 1960

Het Erasmushuis met het standbeeld van Erasmus aan de Coolsingel, begin jaren zestig.

Het Erasmushuis stamt uit 1939 en omvat naast een 35 meter hoge toren van 12 verdiepingen een lagere vleugel die op 6 meter hoge pilaren staat. De bedoeling van deze pilaren was dat de doorkijk van de Coolsingel naar de tuin van het Schielandshuis gehandhaafd zou blijven. Boven een plint van zwart Zweeds graniet zijn de gevels uitgevoerd in geglazuurde baksteen.

Het Erasmushuis was na het gebouw van de Bijenkorf het tweede gebouw dat Dudok realiseerde aan het Van Hogendorpsplein. Dit plein moest dezelfde allure krijgen als het Hofplein.erasmushuis 1960

Het gebouw overleefde het bombardement op Rotterdam, net als het stadhuis en het toenmalige postkantoor en enkele andere gebouwen aan de Coolsingel. In juli 1945 werd het beeld van Erasmus, dat de oorlogsjaren in een bunker in de tuin van het Boijmansmuseum has doorgebracht, op de stoep geplaatst. Hierop besloot de hoofdhuurder, de Hollandsche Bank-Unie, het gebouw te sieren met de naam Erasmushuis. In verband met de aanleg van de metro is het beeld in 1964 weer verwijderd.

De Hollandsche Bank-Unie was sinds de oplevering de grootste huurder en kocht het pand in de jaren zestig.[2] Het Erasmushuis kwam vanwege de drieletterige lichtreclame op het dak ook bekend te staan als HBU-gebouw. De HBU is in 2009 overgenomen door de Deutsche Bank van ABN AMRO. In januari 2011 is de reclame verwijderd en vervangen door het logo van de Deutsche Bank. De naam “Deutsche Bank” is niet vermeld, wat bij de meeste filialen van die bank wel het geval is, omdat de welstandscommissie zich verzette tegen veranderingen aan de gevel en de Duitse connectie gevoelig lag. Inmiddels heeft ook de Deutsche Bank het gebouw verlaten, tegenwoordig worden de bedrijfsruimtes verhuurd aan zelfstandige ondernemers.

In 1986 is een halfronde uitbouw in zwart marmer aan het gebouw toegevoegd. Ook zijn toen de stalen raamkozijnen vanwege roestvorming vervangen door aluminium, waardoor veel van de oorspronkelijke charme van het gebouw verloren is gegaan.

De fotograaf is Dhr. Den Butter en de foto komt van de Flickraccount van Gill Steenvoorde.

Tweede van Brienenoordbrug 1989

De Tweede Van Brienenoordbrug passeert De Hef in de vroege uurtjes van 17 februari 1989.

De Van Brienenoordbrug is een grote brug over de Nieuwe Maas aan de oostkant van Rotterdam. De brug bestaat uit twee naast elkaar gelegen boogbruggen met in het verlengde daarvan drie basculebruggen. De weg over de brug is de rijksweg A16, en met zes rijstroken per richting en dagelijks meer dan een kwart miljoen voertuigen een van de breedste en drukste autosnelwegen van brienenordNederland. Buiten de boog aan de oostzijde loopt ook een dubbel fietspad. De totale lengte van de Van Brienenoordbrug bedraagt 1320 meter en de doorvaarthoogte is ongeveer 24 meter.

Het plan voor de Van Brienenoordbrug dateerde al uit de vroege jaren dertig. Tijdens de regering van minister-president Colijn werd een rijkswegenplan uitgewerkt waarbij ten oosten van Rotterdam een brug over de rivier zou komen. Het geld dat hiervoor gereserveerd was, werd echter voor de Maastunnel gebruikt. Na de oorlog werd pas weer in 1959 nagedacht over de Ruit van Rotterdam. Het bouwrijp maken van de grond nam een aanvang voor of in 1961. Rond 1962 stelde de gemeenteraad de naam van de brug vast. De Van Brienenoordbrug dankt zijn naam aan het onderliggende Eiland van Brienenoord, het oord van A.W. baron van Brienen.

De brug is in zijn geheel ter plaatse gebouwd. Om de boog te kunnen bouwen werden tijdelijk twee hulppijlers in het water gebouwd. De kenmerkende diagonale kabels waar het wegdek aan is opgehangen, geven de constructie een grote vormvastheid. Dit bleek mogelijk door de bijzondere verhoudingen van de boogvorm. Het ontwerp van ir. W.J. van der Eb van Rijkswaterstaat was voor zijn tijd revolutionair slank en transparant, en heeft later vele gebouwde bruggen geïnspireerd. De technisch tekenaar die het ontwerp van ingenieur Van der Eb heeft uitgewerkt was de heer C. Verkade, die in dienst van Rijkswaterstaat onder andere ook het ontwerp van het Emmaviaduct in Groningen op tekening heeft uitgewerkt.

De Van Brienenoordbrug werd door koningin Juliana feestelijk opengesteld voor verkeer op 1 februari 1965. Ook minister Jan van Aartsen was daarbij aanwezig.

De brug vormt de derde vaste oeververbinding na de opening van de Willemsbrug in het centrum van de stad in 1878 en de nog westelijker gelegen Maastunnel in 1942. In het zuiden sloot de nieuwe weg door middel van een groot verkeersplein bij IJsselmonde aan op de bestaande rijksweg 16 van de oude Stadionweg naar Dordrecht. Aan de noordkant hield het traject eerst op bij het Kralingseplein (bij het tegenwoordige Rivium), maar spoedig volgde de verlenging naar de Bosdreef en de Hoofdweg en in 1973 de aansluiting op de A20 op het Terbregseplein.

Al snel bleek de capaciteit van de brug ontoereikend. In 1986 werd dan ook begonnen met een grootschalig project dat voorzag in een verdubbeling van de Van Brienenoordbrug en de toeleidende wegen. Om het scheepvaartverkeer zo min mogelijk te hinderen werd deze tweede boog niet ter plaatse gebouwd, maar in Zwijndrecht. In 1989 is de nieuwe boog, met een overspanning van 287,5 meter, naar zijn definitieve plaats gevaren, op slechts 15 centimeter ten westen (stroomafwaarts) van de oude brug. Deze operatie trok enorm veel publiciteit, onder meer doordat het gevaarte alleen via de Oude Maas en de Nieuwe Waterweg de Nieuwe Maas kon bereiken. Er moest daarnaast de Spijkenisserbrug, Botlekbrug en de Koninginnebrug worden gepasseerd. De overige scheepvaart is voor die gelegenheid stilgelegd. Op 1 mei 1990 is de tweede Van Brienenoordbrug in gebruik genomen.

De tweede (westelijke) boog is iets breder dan de oude. Vol trots meldde men dat het nieuwe wegdek van het beweegbare deel veel dunner was dan dat van de oude brug. In de zomer van 1997 bleek echter het nieuwe wegdek te dun en ontstonden vermoeiingsscheuren, waardoor de val (het bewegende gedeelte) tegen hoge kosten vervangen moest worden. Deze ontdekking vormde de aanleiding voor de oprichting van het meerjarige onderzoeksproject Problematiek Stalen Rijvloeren van Rijkswaterstaat.

Op 2 april 2008 werd bekendgemaakt dat de Van Brienenoordbrug in zo’n slechte staat verkeert dat ze binnen 10 jaar moet worden gerenoveerd.

Jaarlijks varen zo’n 140.000 schepen onder de brug door. Voor circa 500 daarvan moet de brug worden geopend, een proces dat 18 minuten duurt: de brug omhoog bewegen duurt 4 minuten, in 10 minuten vaart het schip onder de brug door, en het naar beneden gaan van de brug duurt wederom 4 minuten. Gedurende deze tijd wordt het wegverkeer stilgezet met slagbomen. Vanaf november 2005 wordt de brug volledig op afstand bediend vanuit Rhoon in plaats van in het bedieningscentrum naast de brug.

Brugopening moet ten minste 3 uur van tevoren worden aangevraagd bij het Haven-Coördinatiecentrum. De verdere afhandeling wordt gedaan vanuit de Verkeersmanagementcentrale van Rijkswaterstaat.

Door een elektro-mechanische storing op 17 maart 2006 heeft de brug midden op de dag ongeveer een uur opengestaan. Er ontstonden files tot 7 kilometer lang. Als eerste sloot de westbrug (rijrichting Breda) en rond 13.00 uur de oostbrug (rijrichting Utrecht/Den Haag). Op 5 november 2006 wilde de brug weer niet sluiten door een elektrische storing en moesten technici de brug handmatig laten zakken.

Op 14 januari 2015 gingen rond het middaguur de slagbomen door een technische storing niet meer open. Dit zorgde voor files tot 8 kilometer lang. Na drie kwartier werden de slagbomen handmatig geopend, eerst de brug in de rijrichting van zuid naar noord.

De fotograaf is Ed Oudenaarden en de foto komt uit het archief van het ANP. De informatie komt van Wikipedia.

Passage 1927

Het interieur van de Passage gezien vanaf de Hoogstraat naar de Coolsingel toe, 1927.

De passage was een overdekte winkelgalerij in Rotterdam, gelegen tussen de Coolsingel en de Korte Hoogstraat. De Passage werd op 15 oktober 1879 geopend voor publiek. Tijdens het bombardement van 14 mei 1940 werd de Passage verwoest.

In de tweede helft van de negentiende eeuw ontstonden er plannen voor de bouw van een overdekte winkelgalerij in Rotterdam, de Passage. De Passage gaf Rotterdampassage1927 een beetje de grandeur van de wereldsteden Brussel en Parijs, die ook over dergelijke overdekte winkelgalerijen beschikten. Het winkelcentrum werd opgeleverd in 1879. Het gebouw was honderd meter lang en in het midden acht meter breed. In de Passage waren op verschillende niveaus winkels te vinden, koffiehuizen, woningen en zelfs een badhuis.

De imponerende toegangspoort vormde het pronkstuk van de Passage. Van de Korte Hoogstraat gezien, zag de Passage eruit als een overdekte, langwerpig ovale straat, met een fontein in het midden. Aan deze overdekte straat lagen dertig winkels met daartoe behorende woningen, in totaal ruim zestig woningen op bovenverdiepingen. Daarnaast was er een hotel gevestigd in de Passage en twee koffiehuizen. ’s Avonds werd de rij van dertig winkels door duizend gasvlammen verlicht, een verlichting, die door de glazen koepel weer duizendvoudig weerspiegeld werd.

De Rotterdammers waren dan ook diep onder de indruk van het ontwerp van architect J.C. van Wijk. De winkelgalerij van honderd bij acht meter werd vooral geprezen om haar bijzondere dak, dat geconstrueerd was van gietijzer en glas. Daardoor was het binnen licht, zodat het plezierig winkelen was. In 1882 was de Passage het eerste gebouw in Rotterdam dat elektrisch werd verlicht.

De enorme kelderruimte bood plaats aan een badinrichting, waar de Rotterdammer zowel een stoombad als een regenbad kon nemen. De badinrichting was er vanaf 1905 gevestigd en werd onder meer door de mariniers van het Oostplein bezocht. In de kelder bevond zich ook een grote koffiehuiszaal, een keuken, bergplaatsen en een enorme zaal, die bedoeld was voor tentoonstellingen of als marktplaats. De kelderruimte van de Passage is echter nooit een groot succes geworden.

In de jaren dertig van de vorige eeuw had de Passage zwaar te lijden onder de crisis. Tijdens het bombardement van 14 mei 1940 werd de Passage volledig verwoest. Tegenwoordig bevindt zich op deze plek het warenhuis C&A.

De prent komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam

Nieuwe Maas 1932

De Nieuwe Maas, gezien onder de spoorbrug door, 1928-1932.

De Nieuwe Maas is de rivier waaraan de steden Rotterdam (gedeeltelijk), Schiedam en Vlaardingen (gedeeltelijk) zijn gelegen. De rivier ontstaat ter hoogte van Slikkerveer uit de samenvloeiing van de Lek en de Noord en eindigt 24 kilometer westelijker bij Vlaardingen, vanwaar zij samengaat met de Oude Maas en via het Scheur en ten slotte vanaf de Maeslantkering via de Nieuwe Waterweg verder naar de Noordzee stroomt. Denieuwe maas 1932 voornaamste zijrivier is de Hollandse IJssel die zich 4 kilometer van het begin, ter hoogte van Kralingseveer, bij de Nieuwe Maas voegt.

Hoewel de naam van de rivier het woord “Maas” in zich heeft, is de Nieuwe Maas feitelijk een van de belangrijkste mondingsarmen van de Rijn en is de invloed van de Maas op de Nieuwe Maas nooit erg groot geweest (in tegenstelling tot de Oude Maas). Hoewel de oorspronkelijke monding van de rivier vanouds bekendstaat als de Maasmonding en Rotterdam bekend staat als “de Maasstad”, wordt de regio rondom de rivier tegenwoordig als Rijnmond aangeduid, hetgeen feitelijk juister is.

De Willemsspoorbrug was een spoorbrug in Rotterdam die tussen 1877 en 1994 de Nieuwe Maas overspande. De Willemsspoorbrug is vervangen door de Willemsspoortunnel.

Al sinds 1855 werd een spoorverbinding tussen Moerdijk en Rotterdam onderzocht. Na lang onderhandelen en vele tracéstudies werd op 28 april 1877 het spoorwegviaduct tussen station Rotterdam Delftsche Poort en de Nieuwe Maas en de Willemsspoorbrug geopend. De brug telde 5 overspanningen op 9 meter boven Rotterdams Peil.

Na 100 jaar waren het spoorviaduct en de Willemsspoorbrug technisch aan vervanging toe. Bovendien bepaalden de openingstijden van de in het verlengde van de Willemsspoorbrug gelegen hefbrug de gehele dienstregeling van de Nederlandse Spoorwegen en vormden bovendien een capaciteitsknelpunt. De bruggen zijn daarom vervangen door de viersporige Willemsspoortunnel, die op 15 september 1993 werd geopend. In 1994 is de Willemsspoorbrug gesloopt en zijn de 900 ton zware brugdelen in een Spaanse hoogoven verdwenen.

De noordelijke brugpijler is blijven staan en dient nu als bevestigingspunt voor het Maasbeeld.

De fotograaf is Francois Henry van Dijk en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

heijplaat 1929

Overzicht van Heijplaat. De datum is onbekend, waarschijnlijk 1929.

Heijplaat is een wijk in het Rotterdamse stadsdeel Charlois. Heijplaat ligt zuidelijk van de Nieuwe Maas en wordt omringd door de Eemhaven in het westen en de Waalhaven in het oosten. De enige toegang over land is de Waalhavenweg vanaf het industrieterrein Waalhaven Zuid.heyplaat 1929

Heijplaat is ontstaan als woonwijk voor arbeiders van de toenmalige Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM) die in 1904 hier begon met onderhoud en bouw van schepen. Heijplaat ligt relatief ver buiten Rotterdam en was dus ook moeilijk bereikbaar voor de werknemers. In 1914 werd de NV Bouwmaatschappij Heyplaat opgericht, die opdracht gaf tot het bouwen van een toentertijd moderne wijk in de vorm van een tuindorp. Het tuindorp werd ontworpen en ontwikkeld door Architectenbureau H.A.J. en Jan Baanders. In het begin van de jaren 20 was het tuindorp af en vormde een gemeenschap met eigen scholen, winkels en kerken. In de huidige bebouwing zijn nog goed de structuren van het tuindorp te vinden. In de as van de centrale woonstraat bieden de drie oorspronkelijke kerken in elkaars verlengde een bijzonder schilderachtig aanblik.

In 1934 is aan de Nieuwe Maas direct ten westen van Heijplaat de Quarantaine-inrichting geopend voor zeelieden met besmettelijke ziekten. Eind jaren dertig werd het complex gebruikt als vluchtelingenkamp van Joodse vluchtelingen uit Oostenrijk en Duitsland. Er verbleven hier zowel volwassenen als alleenstaande kinderen. Vooral voor de laatste groep was dit verre van ideaal. Veel vluchtelingen uit het Derde Rijk hebben korte of langere tijd op Heijplaat gewoond.

Het complex is een rijksmonument en bestond uit een afgesloten terrein van 6 ha. met een voetbalveld en een eigen steiger in de rivier en aanvankelijk 10 gebouwen: een portiersgebouwtje, een mortuarium – met stenen onderzoekstafel, een officiersbarak, een zusterhuis, een isolatie- of ziekenbarak, het woonhuis van de beheerder, een chloorhuisje, een badhuis annex ontsmettingsbarak – met ontsmettingsketels voor kleding en met een onreine- en een reine afdeling, een centraal keukengebouw – met kolossale stoompannen, en drie contactbarakken waarin de mensen met elkaar in quarantaine verbleven. De gebouwen waren elk met hun eigen deelterrein omzoomd door geschoren ligusterhagen van een meter hoog.

De contactgebouwen waren na de oorlog lange tijd in gebruik voor de opvang van bejaarde verblijfspatiënten van het psychiatrisch ziekenhuis Delta en zijn inmiddels afgebroken. De overgebleven zeven gebouwen danken hun behoud aan de krakers die het terrein na opheffing van de quarantainefunctie in bezit namen. Tot dan toe was de inrichting ondanks de tientallen jaren van onbruik nog volledig uitgerust met bedden, matrassen en dekens en onder meer ouderwetse rieten manden vol pantoffels en badjassen. Er stonden nog onderzoekstafels en overal hingen nog stokoude, maar werkzame bakelieten huistelefoons. Een ambtenaar van de gemeente hield zelfs de ketel van de centrale verwarming in gang met steenkool.

De begroeiing op het terrein is nu verruigd en het voormalige voetbalveld is een wei voor schapen en hangbuikzwijntjes. Het idyllisch gelegen rivierstrandje op de oever is het enige natuurlijke zandstrand van Rotterdam en wordt druk bezocht. De krakers van weleer wonen er nog steeds, maar het Havenbedrijf van de gemeente Rotterdam stelt pogingen in het werk om hen van het terrein te verwijderen, zodat de gebouwen van het unieke monument voor restauratie en kleinschalige bedrijfshuisvesting beschikbaar komen en het terrein volledig openbaar toegankelijk kan worden.

Tussen Heijplaat en de haven Schiemond in Rotterdam-West bestond een veerdienst. In februari 1968 werd de Metro geopend. In december van dat jaar besloot de Rotterdamse gemeenteraad tot opheffing van de veerdienst. Hierna onderhield de RDM tot 1983 een eigen veerdienst voor haar medewerkers uit Rotterdam-West. Na de opheffing van de veerdienst kwam Heijplaat nog meer geïsoleerd te liggen. In mei 2008 werd de veerdienst tussen Heijplaat en het centrum van Rotterdam hervat door de Aqualiner met aanlegplaatsen in de Sint Jobshaven en Willemsplein. Heijplaat is verder bereikbaar vanaf het Zuidplein met RET-buslijn 68

Doordat de RDM verdween en het aantal havenarbeiders verminderd is, is de wijk in aanzien achteruitgegaan; winkels sloten en de levendigheid verdween. Sinds 2008 wordt het RDM-terrein ontwikkeld tot een onderwijscampus, wat voor nieuwe bedrijvigheid zorgt. Een deel van de gebouwen is anno 2015 gerestaureerd, de grote bedrijfshallen worden onder meer gebruikt voor tentoonstellingen en presentaties en een deel van een later bijgebouwde woonwijk is afgebroken en het leeggekomen terrein wacht op nadere invulling met nieuwe woonhuizen.

De fotograaf is Francois Henry van Dijk en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.